Gebouw & orgel

Orgelgeschiedenis

Het is het jaar 1897. De orgelcommissie van de kerk van Uithuizermeden komt bij de toenmalige kerkenraad met het verzoek, om een nieuw orgel te mogen plaatsen. Het blijkt geen nieuw orgel te zijn, maar een vernieuwd orgel, want een aantal pijpen zijn al meer dan tachtig jaar oud. Het vermoeden bestaat dat het orgel toen geplaatst is door Jan Doornbos. Een orgelmaker uit Groningen in de periode 1847- 1925. Hij heeft zijn naam toentertijd geschreven op een nu vervangen vurenhouten pijp en op de toenmalige lessenaar. In 1922 schaft de kerk van Uithuizermeden een ander orgel aan en wordt het oude instrument verkocht aan Ludwig Rölfink uit Osnabrück voor f. 1000, -.

Ondertussen is de orgelcommissie van de Ger. Kerk van Driesum-Wouterswoude op zoek naar een kerkorgel. Zij melden 5 maart 1923 aan de kerkenraad alhier, dat hun een orgel is aangeboden, afkomstig uit de kerk van Uithuizermeden. Dit instrument moet f. 1800, – kosten. Voorwaarde is, dat het orgel van het station van Buitenpost moet worden opgehaald. Daarna zal het kosteloos geplaatst worden. Zo gezegd, zo gedaan. Alle onderdelen worden op een oude bolderwagen geladen en zo naar de kerk gebracht. In 1924 komen de eerste klachten binnen over ontstemming. In 1934 moet het orgel opgeknapt worden. In 1935 komt de firma Holthuis, uit Zuidbroek het orgel nakijken en stemmen. Er wordt opnieuw een orgelcommissie opgericht (1938), die voortvarend actie onderneemt. Dan breekt de oorlog uit en wordt de inzameling van gelden gestopt, maar in 1943 hervat. In 1946 krijgt de gemeente van Driesum-Wouterswoude een zeer muzikale predikant. Aan ds. de Boer wordt gevraagd, wat zijn mening over het orgel is. Hij zegt dat het een raar pierement is, maar dat het bij deskundige reparatie nog jarenlang mee kan. Een nieuw orgel is haast niet te betalen.

In 1948 wordt er een elektrische windvoorziening gevraagd, maar het duurt nog tot 1961, voor die wordt aangelegd. Firma Pels en zonen ziet het orgel in 1964 na. Hun oordeel is, dat de toestand van het orgel matig is.

Vervolgens komt de familie Bouman op Rinsmastate in Driesum te wonen. Op de gemeenteavond van 1969 zegt hij: “De post onderhoud orgel komt me niet hoog voor. Ik zie gaarne, dat er iets meer aan het orgel besteed wordt, want dat is dit orgel wel waard”. Hij biedt aan om het orgel kosteloos na te kijken met behulp van enkele helpers uit de gemeente. Toen is er heel wat werk verzet.

In 1974 verplaatst orgelbouwer Bak, afkomstig uit Edam de Bourdon 16 van voor naar achter in het orgel en bouwt een stukje aan de achterkant van de orgelkas. Maar al gauw komen er nieuwe mankementen en in 1979 staat er weer een orgelcommissie bij de kerkenraad op de stoep. Zij hebben advies gevraagd bij diverse orgelkenners en hun oordeel is: de toestand van het orgel is niet best. Besloten wordt om de allernoodzakelijkste reparatie te laten verrichten, zodat het orgel bespeelbaar blijft. Dan volgt in 1986 een ingrijpende restauratie. De firma Hendriksen en Reitsma uit Nunspeet krijgt de opdracht het één-klaviers orgel om te bouwen tot een twee-klaviers met zelfstandig pedaal.

Ook wordt de orgelkast naar zijn oorspronkelijke grootte terug gebracht. Voor de uitbreiding is oud pijpwerk gebruikt.
De roerfluit 8 C-F komt uit het voormalige orgel van de Geref. gemeente te Terwolde de Vecht.
De mixtuur 2- 3 sterk heeft dienst gedaan in het orgel van de Geref. kerk vrijgemaakt te Vroomshoop.
De diskant van de octaaf 4’ komt van het voormalige orgel van de Geref. kerk vrijgemaakt in Daarlerveen en is gemaakt uit een salicionaal 8’.
Het hoogste deel van de octaaf 2’ komt uit de quintadena 4’ van de Geref. Salvatorkerk in Den Haag zuid. Dit is een Van der berg en Wendtorgel, bouwjaar 1964.
De terts 1 3/5 diskant komt uit de sesquialler 2’ van het voormalige orgel van de Westerkerk in Rotterdam. Dat orgel is overgeplaatst naar het Emmahuis. Dit register betreft een uitbreiding door firma van Leeuwen en een Bätz Witte orgel. De Woudfluit 2’ en de Schalmey 8’ zijn afkomstig uit het voormalige orgel van de ontmoetingskerk in Enkhuizen. De subbas 16’ afkomstig van een Bits orgel uit 1898, komt van de protestantse bond uit ’s Gravenhage. Dit orgel heeft in de loge van de vrijmetselaars in de Muzenstraat gestaan. Nog één keer is er een kleine ingreep geweest in 1999. Omdat de prestant te zacht van klank was, zijn de pijpen uit de pedaaltoren van het orgel uit de Ned. Herv. Kerk van Elspeet bijgeplaatst. Zij hebben daar in de octaaf 8’ dienst gedaan en zijn gegoten in 1880.

Het is dus een “eucumenisch”orgel. Fraai geïntoneerd. Een lust om op te spelen en naar te luisteren. Dit orgel is te bespelen op de Noord Nederlandse orgeldagen en zeker een bezoekje waard.